
Harp en fluit verkennen klankkleuren van Debussy tot Shankar.
Laat je meevoeren door het betoverende samenspel van harp en fluit in een kleurrijk programma vol verfijning, virtuositeit en emotie. Olivia Cioclea en Lucía Hermosilla brengen werken van Debussy tot Shankar tot leven, waarin impressionistische klanken en wereldse invloeden elkaar ontmoeten. Een intiem en poëtisch concert dat je meeneemt van dromerige sereniteit tot sprankelende energie.
Olivia Cioclea – harp
Olivia Cioclea is een Moldavisch-Roemeense harpiste en studeert aan het Koninklijk Conservatorium Den Haag bij Ernestine Stoop en Sylvain Blassel. Ze treedt regelmatig op met diverse orkesten in Nederland en won in 2025 de 3e prijs op de Basel International Harp Competition.
Lucía Hermosilla Molina – fluit
Lucía Hermosilla Molina is een Spaanse fluitiste die haar master volgt aan het Koninklijk Conservatorium Den Haag bij Sarah Ouakrat. Ze is actief in diverse jeugd- en academieorkesten en won meerdere prijzen, waaronder de 1e prijs op het solistenconcours van Granada in 2023.
Repertoiretoelichting
Dit programma presenteert een gevarieerde selectie werken voor fluit en harp, waarin verschillende stijlen, periodes en culturele invloeden samenkomen. Van het Franse impressionisme tot hedendaagse en interculturele composities, staat de dialoog tussen beide instrumenten centraal. De combinatie van fluit en harp biedt een rijk palet aan klankkleuren, variërend van transparant en lyrisch tot virtuoos en expressief.
Het programma opent met Deux Arabesques van Claude Debussy. Deze vroege werken (1888–1891) laten reeds kenmerken zien van Debussy’s latere stijlontwikkeling. De vloeiende lijnen en subtiele harmonieën weerspiegelen invloeden van het impressionisme, waarbij sfeer en klankkleur belangrijker zijn dan traditionele vormstructuren.
In Danse Lente van Joseph Jongen staat een verstilde, cantabile benadering centraal. Het werk wordt gekenmerkt door een vloeiende melodische lijn en een transparante begeleiding, wat bijdraagt aan de intieme kamermuzikale sfeer.
De Fantaisie Op. 124 van Camille Saint-Saëns vormt een belangrijk contrast binnen het programma. Dit werk, geschreven in zijn latere periode, combineert technische virtuositeit met een heldere vorm en verfijnde texturen. Invloeden van dansvormen en het gebruik van een basso ostinato geven het stuk een karakteristieke ritmische basis.
Met Cels acolorits van Salvador Brotons verschuift de focus naar een meer hedendaagse klanktaal. Het werk bestaat uit contrasterende delen die geïnspireerd zijn op de kleuren en sferen van de hemel. De componist maakt gebruik van uitgebreide speeltechnieken en sterke dynamische contrasten om verschillende atmosferen op te roepen.
Een belangrijk moment in het programma is L’Aube enchantée van Ravi Shankar. In dit werk worden elementen uit de Indiase klassieke muziek geïntegreerd in een Westerse context. De invloed van raga-structuren en microtonale kleuring draagt bij aan een unieke klankwereld die de grenzen tussen muzikale tradities overstijgt.
Het werk Les Fils des Étoiles van Erik Satie, in een arrangement van Toru Takemitsu, brengt een verstilde en meditatieve sfeer. De combinatie van Satie’s minimalistische idioom en Takemitsu’s verfijnde klankbehandeling resulteert in een transparante en contemplatieve luisterervaring.
Het programma wordt afgesloten met O Canto do Cisne Negro van Heitor Villa-Lobos. Dit expressieve werk verwijst naar het symbolische ‘laatste gezang’ van de zwaan en kenmerkt zich door een intens lyrisch karakter. De combinatie van melodische expressie en subtiele begeleiding zorgt voor een afsluiting met grote emotionele impact.